Het zal je maar gebeuren. Je zet je vol goede moed in voor je volkstuincomplex, maar de meeste initiatieven die je neemt worden door het complexbestuur tegengewerkt of afgekapt. Als je de vinger op de zere plek legt is de boot aan probeert het bestuur je keihard weg te werken. Het overkwam Koekelt-tuinder Bram.

Hij mailde ons zijn verhaal:

Toen ik vijf jaar geleden een moestuin kreeg op De Koekelt, realiseerde ik me niet in wat voor wespennest ik me begaf. Niet zozeer het tuinieren zelf, dat is lekker ontspannend. Maar al snel werd me duidelijk dat zowel het complex als de vereniging worden geregeerd door een bestuur dat lijdt aan een vorm van autocratie en regeltjesfetisjisme.

Als actief betrokken lid nam ik regelmatig initiatieven om het complex leuker en mooier te maken. Initiatieven die stuk voor stuk door het bestuur werden afgefakkeld. Meer werken met permacultuurprincipes omdat dat beter is voor het bodemleven? Er werd meteen afhoudend gereageerd. Kippen op de tuin? Onbespreekbaar. Een betere toegang tot de tuin voor mensen die slecht ter been zijn? Mag niet en kan niet. Een Facebook-groep om het contact tussen tuinders te bevorderen en ideeën uit te wisselen? Na heel wat gesputter en getouwtrek kwam die er eindelijk, mits deze groep (een ledeninitiatief) onder bestuurscontrole zou worden gebracht.

Daarnaast waren er de regelmatige tuincontroles. Staat er teveel gras op het pad voor je tuin? Dan krijg je een strafkaart. Lever je niet op tijd een teeltplan in? Nog een strafkaart. Voor een teeltplan dat ik al 2x had ingeleverd, maar wat niet netjes genoeg binnen de lijntjes was ingetekend, kreeg ik zelfs nog een reprimande. Toen ik aangaf dat ik deze dwingende stijl van communicatie niet fijn vond en te ‘Politbureau-achtig’, lag er een week later een brief op de mat van het complexbestuur waarin mij werd meegedeeld dat ik als lid geroyeerd zou worden als ik niet schriftelijk mijn excuses aan hen zou aanbieden.

Ik weigerde en stelde voor om gewoon met elkaar een kop koffie te drinken en op een normale manier het gesprek aan te gaan. Met forse tegenzin gaven de heren toe en ging het royement van tafel.

Maar toen ik enkele maanden later een medetuinder aanbood haar bijzonder ingerichte tuin te adopteren, zodat deze voor De Koekelt behouden zou blijven, ging het bestuur er opnieuw voorliggen. Het initiatief werd tegengewerkt, de tuin moest en zou schoon worden opgeleverd. Het liefdevolle werk van jaren werd teniet gedaan, tot verdriet van de initiatiefneemster.

Niet lang daarna ontstond er een nieuw conflict. Een tuinder voor wie ik vanwege ziekte veel werk had verricht en die me daarna respectloos behandelde, onder andere door gemaakte afspraken te schenden en spullen van mijn tuin weg te nemen, ging fors over mijn grenzen heen. Daar zijn wat woorden bij gevallen en vanuit emotie heb ik (geef ik toe) overgereageerd. Terwijl ik probeerde de situatie te deëscaleren en op een goede manier het gesprek met elkaar aan te gaan, deed deze tuinder, die wist dat ik al wat strubbelingen met het bestuur had, een melding tegen mij.

In plaats van de situatie eerlijk te onderzoeken en hierover open in gesprek te gaan, heeft het bestuur van VAT Ede mij direct eenzijdig de schuld gegeven. Het bestuur had een stok gevonden om de hond mee te slaan. Mijn transparante weergave van de gebeurtenissen werd niet serieus genomen. Ik werd gesommeerd om voor een soort tribunaal te verschijnen waarin drie bestuursleden onder leiding van de voorzitter van VAT Ede een verklaring van mij eisten, maar daarover geen enkele inhoudelijke vraag stelden, mijn eigen vragen bij herhaling afkapten, met ‘bewijzen’ schermden die ze niet wilden laten zien, maar mij wel veroordeelden. Zo’n kafkaëske situatie had ik nog niet eerder meegemaakt.

Mijn lidmaatschap werd opgezegd en ik moest mijn tuin, waar ik veel liefde en tijd in had geïnvesteerd, gedwongen ontruimen. Een uitgebreide brief die ik hen stuurde met argumenten waarom deze gang van zake in strijd is met het verenigingsrecht en gangbare principes van goed bestuur, werd genegeerd.

Op 12 juli dient mijn beroep in de Algemene Vergadering. Ik heb er weinig vertrouwen in. De mensen die hier zitting in hebben zijn zelf bestuursleden of behoren tot de kring van bestuursloyalisten. Ik verwacht niet dat mij recht zal worden gedaan. Als kritisch-betrokken lid dat de afgelopen jaren meerdere initiatieven voor de vereniging heeft genomen, dienstbaar is geweest aan andere tuinders, altijd loyaal aanwezig is geweest bij de algemene werkzaamheden, en gezonde tegenspraak heeft gegeven aan het bestuur, word ik nu weggewerkt, zelfs verbannen van elk moestuincomplex in Ede.

Vandaag ben ik het en morgen is het iemand anders. Daarom heb ik besloten deze zaak voor de rechter te brengen. Niet voor mezelf, maar voor het gezond functioneren van de vereniging. De bestuurscultuur op De Koekelt en bij VAT Ede is ziek. Het is niet ruimtescheppend, niet transparant, en wie te kritisch is wordt oneerlijk behandeld. Omdat dit de hele vereniging aangaat, breng ik mijn verhaal naar buiten, en hoop ik dat anderen zullen volgen.

Een moestuinvereniging zou een plek moeten zijn waar iedereen welkom is en kan en mag bijdragen, zonder de angst dat als je buiten de lijntjes kleurt of iets ‘verkeerd’ doet, je hierop wordt gepakt en koudgesteld.

Lees ook hoe Bram de gedwongen beëindiging van zijn lidmaatschap aanvocht, hoe hij terugblikt op zijn beroep in de ALV, en wat er aan de eerste royementspoging van het bestuur vooraf ging.

(om privacyredenen heeft deze tuinder ervoor gekozen een pseudoniem te gebruiken; zijn echte naam is bekend bij de redactie van deze website)

Advertenties